Het mengen van gram-positieve, gram-negatieve bacteriĆ«n en schimmels in vloeibare en poedervormige producten ā Wat gebeurt er echt?
- Marco Breekweg
- 17 mrt 2025
- 4 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 10 apr 2025

In het eerste deel van deze blogserie bespraken we waarom het combineren van bacillen en schimmels in ƩƩn product niet altijd de beste keuze is. Maar wat gebeurt er als we nog een stap verder gaan en gram-positieve bacteriƫn, gram-negatieve bacteriƫn en schimmels mengen in een vloeibare formulering? En verandert de situatie als het product in poedervorm wordt aangeboden?
Om deze interacties goed te begrijpen, kijken we eerst naar de verschillen tussen gram-positieve en gram-negatieve bacteriƫn en analyseren vervolgens hoe deze microben zich gedragen in verschillende productvormen.
Het verschil tussen gram-positieve en gram-negatieve bacteriƫn
De termen gram-positief en gram-negatief verwijzen naar de manier waarop bacteriƫn reageren op de Gram-kleuringstest, die gebaseerd is op de opbouw van hun celwand.
š¦ Gram-positieve bacteriĆ«n
ā Dikke peptidoglycaanlaag in de celwand, waardoor ze beter bestand zijn tegen fysieke stress.
ā Kleuren paars bij een Gram-test.
ā Overleven beter in extreme omstandigheden en uitdroging.
ā Kunnen sporen vormen (bijv. Bacillus), wat hen helpt overleven in moeilijke omstandigheden.
ā Gevoeliger voor bepaalde antibiotica die de celwandsynthese aanvallen (zoals penicilline).
Voorbeelden: Bacillus, Lactobacillus, Staphylococcus
š¦ Gram-negatieve bacteriĆ«n
ā Dunne peptidoglycaanlaag, omgeven door een buitenmembraan met lipopolysacchariden (LPS).
ā Kleuren roze bij een Gram-test.
ā Minder bestand tegen fysieke stress, maar resistenter tegen antibiotica door hun buitenmembraan.
ā Gedijen in vochtige omgevingen, maar vormen geen sporen zoals gram-positieve bacteriĆ«n.
ā Kunnen endotoxinen vrijgeven bij afbraak, wat voor contaminatieproblemen kan zorgen.
Voorbeelden: Escherichia coli, Pseudomonas, Salmonella
Wat gebeurt er als je deze microben in een vloeibaar product mengt?
Een vloeibare formulering biedt een voedingsrijke omgeving waarin microben actief zijn. Het combineren van gram-positieve bacteriƫn, gram-negatieve bacteriƫn en schimmels kan leiden tot meerdere uitdagingen:
1ļøā£ Concurrentie om voedingsstoffen
Elk micro-organisme heeft zijn eigen voedingsbehoeften, wat kan leiden tot concurrentie:
Gram-negatieve bacteriƫn groeien vaak sneller in nutriƫntrijke omgevingen en kunnen gram-positieve bacteriƫn en schimmels overtreffen.
Schimmels breken complexe organische stoffen af, maar als bacteriƫn de eenvoudige suikers eerder opnemen, kunnen schimmels in het nadeel zijn.
2ļøā£ pH-schommelingen
Verschillende microben produceren verschillende metabolische bijproducten:
Melkzuurbacteriƫn (gram-positief, zoals Lactobacillus) verlagen de pH, wat de groei van andere bacteriƫn en schimmels kan belemmeren.
Gram-negatieve bacteriƫn (bijv. Pseudomonas) kunnen basische stoffen produceren, wat de pH-balans verstoort.
Schimmels geven de voorkeur aan een licht zure omgeving, waardoor een instabiele pH hun groei kan remmen.
3ļøā£ Toxineproductie en contaminatierisicoās
Gram-negatieve bacteriƫn kunnen endotoxinen afgeven wanneer ze sterven, wat de productkwaliteit kan aantasten.
Sommige schimmels produceren mycotoxinen, vooral als bacteriƫn hun groei niet kunnen onderdrukken.
De aanwezigheid van zowel bacteriƫn als schimmels verhoogt het risico op biofilmvorming, waarbij microben zich aan oppervlakken hechten en moeilijk te verwijderen zijn.
4ļøā£ Bewaar- en stabiliteitsproblemen
Gram-negatieve bacteriƫn zijn gevoeliger voor sterfte in vloeibare formules, wat bederf kan veroorzaken.
Schimmels kunnen zichtbare kolonies of ongewenste schimmellaagjes vormen in een vloeistof.
Gram-positieve sporenvormende bacteriƫn (zoals Bacillus) kunnen overheersen omdat ze beter bestand zijn tegen stressvolle omstandigheden.
Conclusie voor vloeibare producten:
š¹ Korte houdbaarheid door microbieel samenspel.
š¹ Risico op pH-veranderingen, toxineproductie en biofilmvorming.
š¹ Ongelijke overleving van microben, wat kan leiden tot inconsistente productkwaliteit.
Wat gebeurt er in een poedervormig product?
Wanneer een microbieel product in poedervorm wordt aangeboden, veranderen de interacties drastisch, omdat de microben meestal in een slaapstand verkeren door het gebrek aan vocht. Toch blijven er enkele uitdagingen bestaan:
1ļøā£ Overlevingsverschillen in droge omstandigheden
Gram-positieve bacteriƫn (bijv. Bacillus) vormen sporen en kunnen extreme droogte overleven.
Gram-negatieve bacteriƫn overleven niet goed in droge omstandigheden en verliezen vaak hun levensvatbaarheid.
Schimmels hebben moeite om te overleven zonder vocht, tenzij ze als droge sporen of gevriesdroogde cellen worden geformuleerd.
2ļøā£ Reactivatie bij blootstelling aan vocht
Wanneer het poeder wordt gehydrateerd (bijv. bij het mengen met water of in een bodemtoepassing):
Gram-positieve sporen ontwaken en beginnen zich snel te vermenigvuldigen.
Gram-negatieve bacteriƫn kunnen moeite hebben om opnieuw op gang te komen als ze beschadigd zijn geraakt tijdens het droogproces.
Schimmels hebben vaak een stabiele vochtigheid nodig om goed te groeien.
3ļøā£ Stabiliteit en houdbaarheid
Poederproducten hebben over het algemeen een langere houdbaarheid, omdat de microben slapend blijven.
Als het product droog en koel wordt bewaard, blijven de meeste microben levensvatbaar.
Echter, bij vochtopname in de verpakking kunnen ongewenste microbiƫle interacties alsnog optreden.
Conclusie voor poederproducten:
ā Langere houdbaarheid door microbieel slaapstadium.
ā Minder concurrentie omdat microben inactief blijven tot rehydratatie.
ā Gram-negatieve bacteriĆ«n kunnen sterven in droge omstandigheden.
ā Vochtcontaminatie kan ongewenste microbiĆ«le groei veroorzaken.

Eindconclusie ā Moet je deze microben samenvoegen in ƩƩn product?
Bij het ontwikkelen van een microbieel product is het essentieel om rekening te houden met de interacties tussen verschillende microben in zowel vloeibare als droge omgevingen.
Voor vloeibare formuleringen:
ā ļø Hoog risico op voedingsconcurrentie, pH-onbalans, toxineproductie en biofilm vorming.
ā Beter geschikt voor enkele microbe-oplossingen of zorgvuldig uitgebalanceerde combinaties.
Voor poederformuleringen:
ā Betere stabiliteit doordat microben slapend blijven.
ā ļø Gram-negatieve bacteriĆ«n en niet-sporenvormende schimmels kunnen sterven na verloop van tijd.
De beste aanpak? Gebruik aparte formuleringen of fasetoepassingen, in plaats van microben te dwingen samen te leven in ƩƩn product.
